ArrowArrow
ArrowArrow
Dees de Bruyne - Aan de laatste poëten - 9/50-1
Slider

DEES DE BRUYNE

Gentse kunstschilder en enfant terrible, wiens werk drijft op passie, erotiek en agressie.

1940

Geboren.

Studeert aanvankelijk architectuur en later portret, maar verlaat de academie. Werkt aanvankelijk razendsnel en intuïtief.

1966

In het televisieprogramma Tienerklanken van de voormalige BRT werd De Bruyne in 1966 geportretteerd als een angry young man die fulmineerde tegen deurwaarders en rijkswachters (die met een proces dreigden omdat hij schilderde naar naaktmodel in het bijzijn van zijn kinderen), en ‘tegen de dokters die spreken van cliënten in plaats van patiënten’.

Voor seksuele vrijheid en tegen het geld is hij (als hij er geen heeft), ‘tegen de academies die moeten vernietigd worden, tegen de abstracte én de figuratieve schilderkunst’. Op de vraag ‘Zijt ge een pacifist ?’ antwoordt de schilder ‘Ik ken het woord niet’. Waarna De Bruyne op de stoep van een winkelstraat een tekening maakt op de vacht van een levend geitje.’.

Met een schilderij als De kindervrienden toont De Bruyne zich een maatschappelijk seismograaf: vijf ‘machtigen der aarde’ (prelaten, politici, zakenlui) maltraiteren naakte kinderen boven een luxueus gedekte tafel.

1985

De schilder exposeert in 1985 in het Museum Dhondt-Dhaenens (Deurle) de doeken die hij maakte in Italië en New York, met name portretten van de Amerikaanse schrijver en dichter Charles Bukowski en portretten van zichzelf met zijn vrouw. In het Chelsea Hotel leefden zij als bohemiens.

1991

De Bruyne woont in 1991 enkele weken op de zolder van het Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain in Gent en heeft er veel contacten met de patiënten. Roland De Bruyne, broer van Dees, werkt er in die tijd. Wanneer de kunstenaar wordt gevraagd om er een tentoonstelling te houden, is zijn voorwaarde dat hij er een tijdje zou verblijven, samen met zijn vrouw. Ze wonen er samen in een oude slaapzaal van de meisjesafdeling. Zo ontstaan de schilderijen van de reeks Waanzin ? Het Museum Dr. Guislain organiseert in 2015 een retrospectief van De Bruynes werk.

1996

In het najaar van 1996 krijgt De Bruyne kanker, en zijn vrouw Octavia verzorgt hem. ‘Hij heeft gevochten tot het einde. Hij had alles voorbereid om euthanasie te kunnen vragen; dat was toen nog illegaal. Maar op het moment dat het zover was, wou hij toch nog leven tot het einde.’

1998

Overleden.

De tentoonstelling in 2015 was voor Guido Lauwaert in Knack de aanleiding voor een tedere terugblik: ‘Hij hield zich verre van zeep. Het hoofd licht voorover gebogen, klaar om een kopstoot te geven. In zijn blik zat een achterdocht geblokkeerd, de handen (ongetwijfeld gebald) in de zakken van een korte vest, of geklemd rond een glas (van mij! van mij!) en een peuk. Hij dronk zich twaalf keer per week scheel en schold dan iedereen uit. Nuchter was hij te stil voor een normaal mens, wat hij dan ook niet was, want hij leek op een dokwerker maar was een kunstenaar. Een echte. Voilà, dames en heren… de schilder Dees De Bruyne.’