GRAND OPENING

Museum De Reede opent op 23 april haar nieuwe museumvleugel voor het grote publiek met de tijdelijke tentoonstelling ‘Käthe Kollwitz – Saatfrüchte sollen nicht vermahlen werden’. Na jarenlange afwezigheid in Belgische musea brengt deze overzichtstentoon-stelling je oog in oog met Kollwitz’ krachtige grafische werk en bronzen sculpturen.
Ontdek daarnaast ook onze vernieuwde permanente collectie grafiek met werk van Edvard Munch, Francisco Goya en Félicien Rops, maar voortaan ook (inter)nationale kunstenaars als Luc Tuymans, James Ensor, Léon Spilliaert,  Rik Wouters, Ernst Ludwig Kirchner en vele anderen.
‘Käthe Kollwitz – Saatfrüchte sollen nicht vermahlen werden’ loopt van 23.04 t.e.m. 19.07
KATHE KOLLWITZ

IN APRIL 2021 OPENT MUSEUM DE REEDE HAAR GLOEDNIEUWE MUSEUMVLEUGEL MET EEN TIJDELIJKE TENTOONSTELLING ROND HET GRAFISCHE WERK VAN DE DUITSE KUNSTENARES KÄTHE KOLLWITZ. IEDERE MAAND SCHRIJFT MDR-MEDEWERKER JAN HOLVOET EEN BOEIENDE TEKST OVER DEZE FASCINERENDE KUNSTENARES. LEES HET HIER!

KÄTHE KOLLWITZ SEPTEMBER

De naam Käthe Kollwitz roept in Vlaanderen vrijwel onmiddellijk de associatie op met het Treurend Ouderpaar, de bekende standbeeldengroep op het soldatenkerkhof van Vladslo. In Berlijn zal men dan weer in de eerste plaats eerder denken aan de Pietà (Moeder met dode zoon) in de Neue Wache op Unter den Linden.

Op 12 september 1990 werd het verdrag getekend betreffende de hereniging van Oost- en West-Duitsland. Dit werd op de meest spectaculaire manier zichtbaar gemaakt door de afbraak van de Berlijnse Muur. De Brandenburger Tor ging open en Unter den Linden werd opnieuw de hoofdader van Berlijn. Drie jaar later, in 1993 werd op Unter den Linden de Neue Wache het Oost-Duitse Memoriaal voor de Slachtoffers van Fascisme en Militarisme heringericht als Centraal Memoriaal voor de Slachtoffers van Oorlog en Dictatuur van de Federale Republiek Duitsland. Helmut Kohl liet er een uitvergrote bronzen replica plaatsen van de sculptuur Pietà van Käthe Kollwitz.

Deze beslissing het onderwerp van een hevige politieke controverse. Het gebouw had immers een grote emotionele lading: het had gediend als symbool van het Pruisische koninkrijk, de socialistische Weimar republiek maakte er een gedenkoord van voor de slachtoffers van WO I en in WO II zouden de Nazi’s het dan weer omdopen tot een ereplaats voor de Helden van deze oorlog.

Käthe Kollwitz was in die periode nog maar weinig geliefd in de West-Duitse kunstwereld. Zij werd beschouwd als een aartsconservatieve kunstenaar en haar populariteit werd toegeschreven aan de receptie van de kunstenaar als persoon.

Haar pathos en empathie met de proletarische armoede was niet langer compatibel met het ironische en hedonistische zelfbeeld van de moderne Duitse kunstenaar. In Oost-Duitsland daarentegen was Kollwitz geïnstrumentaliseerd als nationale heldin en boegbeeld van het sociaal realisme. Ook in het westen werd haar iconische poster “Nie wieder Krieg” frequent gebruikt in manifestaties van links.

Dat dit boegbeeld van het linkse denken gerecupereerd werd als symbool van de Duitse herenigingen en logischerwijs ook van de val van communistisch Duitsland, was dan ook moeilijk te verteren.

Nochtans was Kollwitz, die stierf voor het einde van de oorlog, in niets gelieerd met het communisme. In haar dagboeken sprak zij zich meermaals uit voor de politieke onafhankelijkheid van de kunst en hoewel zij diep sociaalvoelend en pacifistisch was, was zij van nature conservatief zowel in het leven als in de kunst.

Omwille van  haar onvermoeibare sociale inzet als doktersvrouw in het arme arbeidersmilieu van Berlijn en omwille van haar empathische kunst was zij bij leven een volksheld in pre-nazistisch Duitsland.

Men had het slechter kunnen treffen als embleem van de hereniging van Duitsland.

Jan Holvoet

KÄTHE KOLLWITZ OKTOBER

RODIN,MEUNIER,MINNE…EN KOLLWITZ?

Toeval bestaat niet. Een jaar voor de Kollwitz tentoonstelling in MDR liep in Museum M de tentoonstelling Rodin-Meunier-Minne. Drie belangrijke inspiratiebronnen voor Käthe Kollwitz.De expo focuste zich op het teruggrijpen naar de Middeleeuwen, typisch voor Rodin, Meunier en Minne. Typisch ook voor vele vormen van het symbolisme, o.a. het Engelse (prerafaëlieten) maar ook het Duitse.

De motieven van het Symbolisme (en van de vroege Kollwitz) zijn zeker religieus geïnspireerd: de Pietà (Maria met dode zoon op schoot) en de verwante Lamentatio (Engel, rechtstaand, met liggende Christus).

Rodin was zeker het hoog optorenende voorbeeld van Kollwitz, die leerde beeldhouwen  aan de Parijse Académie Julian, maar de religieuze en sociale thematiek waren hem vreemd.

Anders ligt het bij Meunier. Zijn monumentale arbeidersfiguren hebben Kollwitz zeker beïnvloed. Laat in zijn evolutie is ook hij beïnvloed door het fin-de-siècle symbolisme.

De Verloren Zoon heeft zeker affiniteit met de Moeder en Zoon van Kollwitz. Een andere gelijkenis is de esthetiserende weergave van de arbeider als heroïsch figuur als classicistisch academisch naakt. Ook Kollwitz zag in haar eerste periode het arbeidersleven niet als tragisch, maar “(…) ik vond het gewoon mooi”.

Minne tenslotte, Vlaamse tijdgenoot van Kollwitz maakte reeds als twintigjarige zijn Moeder rouwende over dood kind en zijn latere Pietà doet sterk aan Kollwitz denken.

 

 

 

 

 

 

 

In haar vroege periode moet Kollwitz zeker bekeken worden als symbolist. Ondanks de religieuze achtergrond van haar grootvader was zijzelf waarschijnlijk weinig godsdienstig. De motieven uit haar jeugd en uit de romantische en symbolistische traditie vertaalde zij naar een seculiere interpretatie.

De Mariafiguur van de pietà werd een universeel beeld van de moeder die rouwt om haar dode kind. Dit was een persoonlijk motief: haar moeder verloor meerdere dochters en de jonge Käthe had grote bewondering voor de sterkte waarmee haar moeder telkens dit verlies droeg.

De identificatie van de pietà als Kollwitz die rouwt om haar gesneuvelde zoon Peter is dus niet juist. De meeste van haar pietà’s maakte Kollwitz immers voor de Eerste Wereldoorlog. Men kan dan ook niet zonder huivering lezen dat haar zoon meerdere keren model stond voor dit dode kind, een premonitie van zijn latere lot.

Het andere christelijke thema is de lamentatio, meest frappant terug te vinden in Aus viele Wunden blutest du, O Volk. De liggende figuur symboliseert hier het volk, naast hem twee geketende vrouwen, boven hem knielt de wreker met zwaard. In deze ets uit 1896 zien wij voor het eerst ook Kollwitz die niet enkel beschrijft, maar ook oproept tot revolutie.

Jan Holvoet

KÄTHE KOLLWITZ OKTOBER